Jillis Roelse

strafrechtadvocatuur

Sarphatistraat 370 - 1018 GW Amsterdam

+ 31 20 26 00 134     + 31 65 55 55 288     info@jillisroelse.nl

Mr. Jillis Roelse

Mr. Jillis Roelse

Wanneer je wordt verdacht van een strafbaar feit, of je onderneming wordt ineens verdacht, is goede juridische hulp cruciaal. De impact van een strafzaak is namelijk zeer ingrijpend. Het kan je toekomst bepalen, maar ook die van je familie en/of bedrijf. Als strafrechtadvocaat maak ik juist dán het verschil & zet ik het best mogelijke resultaat neer.

Sinds 1999 ben ik werkzaam in de advocatuur, met als specialisatie het strafrecht en het ondernemingsstrafrecht. In talloze strafzaken door heel Nederland heb ik cliënten of hun bedrijf succesvol bijgestaan.

Mijn strafrecht kantoor is landelijk bekend geworden door mijn professionele bijstand in zowel kleine als grote & bekende strafzaken.

Als strafrechtadvocaat gevestigd in Amsterdam adviseer én verdedig ik door heel Nederland ondernemingen, bestuurders en eigenaren in het ondernemingsstrafrecht. Het gaat hierbij veelal om een verdenking van fraude, een onderzoek van de FIOD of Inspectie, economische delicten of om strafzaken die media gevoelig zijn. 

In het klassieke (‘commune’) strafrecht sta ik mensen bij in binnen- en buitenland. Hierbij gaat het vaak om grotere en complexe strafzaken, waarbij er veel op het spel staat.


Daarnaast adviseer ik bankmedewerkers en financiele professionals bij meldingen, die Tuchtrecht Banken heeft ontvangen over een mogelijke schending van gedragsregels (de bankierseed en de gedragscode) voor bankmedewerkers. Ook treed ik op in medische klachtzaken voor het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.

Naast de advocatuur ben ik ook werkzaam als strafrecht deskundige voor televisie en radioprogramma’s van de Nederlandse Publieke Omroep. Voor Omroep WNL duid ik actuele strafzaken die in het nieuws zijn gekomen en leg ik in begrijpelijke taal uit, hoe ons rechtsstelsel hier in Nederland werkt.

Heeft u of uw bedrijf mijn advies of rechtsbijstand nodig? Neem dan gerust contact met mijn kantoor op. Dat is vrijblijvend en geheel vertrouwelijk.

In de media

Nieuwe column Crimesite: juridische durf loont!

Nieuwe column Crimesite: juridische durf loont!

woensdag, 6 april 2022

Soms is het in strafzaken beter om de verhoudingen tussen slachtoffer en dader te herstellen en de schade te vergoeden in plaats van alleen te straffen. En als de verdachte de schade niet vergoedt, is er altijd nog de gevangenis. Dat systeem van wedergoedmaking (‘herstelrecht’) paste het gerechtshof in Leeuwarden toe in een van de grootste internetcriminaliteit-zaken van Noord-Nederland. De verdachte toonde oprecht berouw toonde tegenover tientallen slachtoffers van Facebook-fraude en cybercriminaliteit. Waar de rechtbank Leeuwarden nog vier jaar gevangenisstraf oplegde, kwam het gerechtshof in hoger beroep tot oplegging van een bijzondere schadevergoeding naar alle slachtoffers & een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, gekoppeld aan een proeftijd. Daarmee koos het gerechtshof ‘voor een strafmodaliteit die zodanig is dat de verdachte de mogelijkheid heeft te blijven werken, zodat hij in de gelegenheid blijft de door hem veroorzaakte schade te betalen.’ Ondanks een totaal andere en veel zwaardere eis besloot het Openbaar Ministerie om tegen dit bijzondere arrest niet in cassatie te gaan. Een prachtig voorbeeld dat herstelrecht werkt in de rechtspraktijk! Behalve aan mijn cliënt die nu goed kon verder met zijn leven, kwam het gerechtshof de slachtoffers daadwerkelijk tegenmoet. Alle partijen konden daarmee het boek afsluiten en een nieuwe toekomst in. Onlangs gaf het gerechtshof in Leeuwarden opnieuw blijk van juridische durf. In een fors onderzoek naar wietkwekerijen was de verdachte door de rechtbank in november 2017 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Het hoger beroep diende echter pas in 2022. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte waren in de tussentijd behoorlijk veranderd: hij had een goedlopend bedrijf, waarmee hij zijn gezin kon onderhouden. Terug naar de gevangenis zou deze positieve ontwikkeling doorkruisen met flinke gevolgen voor de verdachte, zijn bedrijf en zijn gezin. Een werkstraf zou daarom beter zijn, maar bij zo’n grote zaak als deze niet erg waarschijnlijk. De aanklager in hoger beroep kwam al met een eis van 21 maanden, waarvan 7 voorwaardelijk. En de wet stelt dat voor maximaal 240 uur een werkstraf kan worden opgelegd. De advocaat van de verdachte, Tjalling van der Goot, stelde het gerechtshof echter voor om bij een veroordeling 240 uur werkstraf per feit op te leggen. Ondanks de zwaarte van de zaak volgde het hof dit verzoek. Volgens het hof was voor de betrokkenheid bij kwekerijen, het bezit van wiet en de deelname aan de criminele organisatie in principe een gevangenisstraf gerechtvaardigd. Maar omdat de procedure in hoger beroep lang had geduurd en gezien de positieve ontwikkelingen legde het hof voor de drie bewezen feiten, telkens 240 uur werkstraf op. Een totaal van 720 uur werkstraf dus in plaats van terug naar de gevangenis. Uitgenodigd door de verdediging kwam het gerechtshof in Leeuwarden daarmee opnieuw met een gedurfde uitspraak, waarbij menselijk strafrecht voorop staat. Het loont dus de moeite voor advocaten om te blijven komen met creatieve en goed onderbouwde voorstellen! De bovenstaande column van mr. Jillis Roelse verscheen deze week op Crimesite. Lees de column hier terug.

lees verder 

Rechtbank verklaart mega strafzaak cybercrime definitief geëindigd

Rechtbank verklaart mega strafzaak cybercrime definitief geëindigd

donderdag, 17 maart 2022

Soms zijn de tanden van het recht even wat minder belangrijk dan rechtsbescherming. Onze cliënt was hoofdverdachte in een fors onderzoek naar cybercrime. Maar liefst 78 aangiftes waren voor de rechtbank in Zwolle gebracht, het schadebedrag bedroeg ongeveer drie miljoen euro. Maar halverwege het onderzoek werd cliënt ziek en gedwongen opgenomen in een psychiatrische kliniek op vermoeden van schizofrenie. De zittingen die aanvankelijk gingen over de verdenkingen en het mogelijke bewijs verkleurden in gesprekken over zijn waanbeelden. Volgens de bode van de rechtbank was de strafzaak ineens veranderd in de film ‘A beautiful mind’ met acteur Russel Crowe. Op verzoek van mr. Roelse die in deze zaak als advocaat optrad & na goed overleg met het openbaar ministerie heeft de rechtbank Overijssel de strafzaak onlangs beëindigd, op grond van artikel 29f Strafvordering. Want hoe omvangrijk de zaak ook was, het voortzetten van de strafvervolging zou een schending van het recht op een eerlijk proces betekenen. Onze cliënt kon zich vanwege zijn ernstige ziektebeeld immers niet meer verdedigen. Een uitzonderlijke uitspraak, waarmee de rechtbank liet zien oog te hebben voor het menselijke in het recht. De rechtsstaat gaat immers óók over bescherming.

lees verder 

Gerechtshof Arnhem wijst ontnemingsvordering af bij wietkwekerij

Gerechtshof Arnhem wijst ontnemingsvordering af bij wietkwekerij

vrijdag, 19 november 2021

Een strafzaak voor het kweken van marihuana wordt vrij standaard gevolgd door een ontnemingsprocedure. Dit zijn vaak lastige procedures, want het Openbaar Ministerie gaat ervan uit dat het kweken van wietplanten per definitie leidt tot een succesvolle oogst en dus ook een zak met geld oplevert. Het OM vraagt de rechter vervolgens om de opbrengst van deze oogst als ‘wederrechtelijk verkregen voordeel’ van iemand te mogen afpakken. Om het bedrag van dit wederrechtelijk verkregen voordeel te berekenen, moet eerst worden vastgesteld of er eerder is geoogst. Vaak gebruikt de rechter hiervoor de verklaring van een verdachte. Als een verdachte in zijn verhoor bij de politie heeft verklaard dat hij inderdaad thuis planten heeft gekweekt en dat dit tot een oogst heeft geleid, kan de rechter het voordeel vrij gemakkelijk op basis van deze verklaring van de verdachte vaststellen. De meeste discussies in wietzaken vinden echter plaats in zaken bij een ontkennende verdachte, dus iemand die bij de politie aangeeft dat er juist níet eerder is geoogst. Het vermoeden van een eerdere oogst wordt in zulke situaties gebaseerd op zogeheten ‘indicatoren eerdere oogst(en)’. Agenten, vaak gespecialiseerd in wietzaken, kijken dan in de aangetroffen kwekerij naar bepaalde omstandigheden. Denk bijvoorbeeld aan de aanwezigheid van hennepafval in de woning, gebruikte grond in aangetroffen vuilniszakken, vervuiling op koolstoffilters, de aanwezigheid van stof op groeilampen, stof op ventilatoren en stof op luchtfilters of bijvoorbeeld gevonden kalkresten in een gebruikte waterton. Ook groene aanslag op een gevonden snoeimesje wordt gezien als een indicator voor een eerdere oogst. Veel rechters volgen op basis van dit soort indicatoren vaak de stelling van het Openbaar Ministerie, dat er gezien alle gevonden afvalresten, het stof en de kalkresten wel eerder móet zijn geoogst. Een hoog ontnemingsbedrag moet dan vervolgens worden terugbetaald. In een opvallende uitspraak in hoger beroep was het gerechtshof in Arnhem vorige week echter zeer kritisch op deze snelle praktijk van indicatoren. Onze cliënt was eerder door de rechtbank veroordeeld tot het terugbetalen van de opbrengst van ‘minimaal vijf eerdere oogsten’ tot een bedrag van ongeveer 198.000 euro. Op advies van mr. Jillis Roelse was cliënt tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan. Vanaf het allereerste moment in het politieonderzoek had hij namelijk heel concreet aangegeven, dat er om verschillende redenen van een oogst nooit sprake was geweest. Uit zijn financiën bleek ook niet, dat hij in de periode van de kwekerij ineens veel geld zou hebben gehad. Bovendien had hij alle goederen tweede- én derdehands gekocht. Om die reden zagen de kweekspullen er ook flink gebruikt en vervuild uit, maar stof op een lampenkamp en groene smurrie op een snoeimesje betekenen niet automatisch dat er ‘dus’ is geoogst. Het betekent alleen dat er stof op een lampenkap zit en groene smurrie op een snoeimesje. Niet meer of minder dan dat. Het verweer voor onze cliënt trof doel. Het gerechtshof oordeelde in hoger beroep totaal anders dan de rechtbank. Het hof overwoog: "De op vele punten verifieerbare verklaring van betrokkene met betrekking tot zijn financiële situatie in de periode rondom het tenlastegelegde, maakt dat nader onderzoek naar de vraag of betrokkene daadwerkelijk financieel voordeel heeft genoten in de rede had gelegen. Het hof acht op grond van de thans voorhanden zijnde stukken niet wettig en overtuigend bewezen dat eventuele opbrengsten van eerdere oogsten daadwerkelijk bij verdachte terecht zijn gekomen, zodat het hof niet kan vaststellen of en zo ja, welk voordeel betrokkene als gevolg van zijn handelen heeft genoten". Het hof verwees daarmee de hele ontnemingsvordering resoluut af: onze cliënt hoefde alsnog niets te betalen. Kortom, ook in ontnemingszaken in wietzaken loont het de moeite om niet zomaar akkoord te gaan met de berekening door de politie en hiertegen over een goed onderbouwd en ook te checken verweer te zetten. Om de beroemde en vroegere hoogleraar strafrecht Frits Rüter te citeren: ‘Zet de rechter aan het werk!’ Bovenstaand artikel verscheen als column voor Crimesite: https://www.crimesite.nl/betalen-na-een-wietkwekerij-niet-altijd-column/

lees verder